Overgangsnormen

Het DaCapo College wil de leerlingen maximaal ruimte bieden om hun potentieel tot bloei te laten komen. Vanaf de brugklas stroomt de leerling in principe onvertraagd door. Streven daarbij is dat het hoogste basisschooladvies wordt behaald. Tussentijds vindt er in principe geen op- of afstroom plaats.

Bij onvoldoende norm is het overgangsnorm advies van de docentenvergadering bindend. In alle afwegingen zijn de volgende vragen leidend: (hoe) is de leerling in staat om een diploma te behalen en wat heeft de leerling hiervoor nodig?

Overgangsnorm brugklas/tweede klas (BK en GT/TL)

  • in principe stroomt de leerling regulier door van brugklas naar tweede klas;
  • doubleren is alleen mogelijk als er sprake is van buitensporige leerachterstand ten gevolge van langdurige ziekte of andere oorzaken; 
  • de leerling heeft ‘voldaan’ aan het LOB-portfolio conform de vigerende criteria van klas 1.

Overgangsnorm van plusklas (TL 1+) naar havo 2

Leerlingen die in de plusklas zitten (onze havo-brugklas) kunnen aan het einde van leerjaar 1 overstappen naar havo 2, mits de resultaten goed zijn.

De overgangsnormen voor deze leerlingen zijn als volgt:

  • voor de vakken Gs – Fa – Bi – Ak samen minimaal een gemiddeld cijfer van 6,5
    (1 verliespunt is toegestaan);
  • voor de vakken Ne -En -Wi gemiddeld een 6,5 per vak (geen onvoldoende);
  • voor alle overige vakken gelden de gebruikelijke overgangsregels.

Afgewezen: in alle andere gevallen.

Natuurlijk wordt ook gekeken naar inzet, gedrag en motivatie en moet het docententeam van het DaCapo College een positief advies afgeven over de overstap. Bij een negatief advies gaat Trevianum niet over tot aanname van een leerling. Bovenstaande afspraken zijn gemaakt in overleg met Trevianum.

Overgangsnorm van leerjaar twee naar leerjaar drie (BK en GT/TL)

De leerling stroomt door in hetzelfde niveau indien:

  • voor alle vakken het cijfer gemiddeld 6 of hoger is behaald;
  • voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één 5 behaald is;
  • van alle overige vakken er maximaal één 4 of één 5 is behaald en het gemiddelde cijfer 6 of hoger is;
  • voor alle overige vakken maximaal twee keer 5, danwel één keer 4 en één keer 5 is behaald en het gemiddelde cijfer 6 of hoger is; 
  • de leerling ‘voldaan’ heeft aan het LOB-portfolio conform de vigerende criteria van klas 1 en 2.

Voor alle leerlingen geldt onderstaande procedure:

Mocht een leerling niet aan bovenstaande eisen voldoen kan de overgangsvergadering toch besluiten om een leerling mee te nemen naar het volgende leerjaar. Uiteindelijk bepaalt de schoolleiding bij een twijfelgeval op basis van het advies van de overgangsvergadering.

Overgangsnorm van leerjaar drie naar leerjaar vier BK

Leerlingen worden beoordeeld met de exameneisen als uitgangspunt. Leerlingen stromen door naar het vierde leerjaar van hetzelfde niveau indien:

  • voor het vak Nederlands minimaal het cijfer 5;
  • voor alle vakken: 1 keer 5 en de rest 6 (bij LWT alles voldoende);
  • voor alle vakken: 2 keer 5 dan moet er ook 1 keer 7 en de rest 6;
  • voor alle vakken: 1 keer 4 dan moet er ook 1 keer 7 en de rest 6;
  • bij de beroepsvakken geen keuzedeel met een afgerond cijfer lager dan 4;
  • Lichamelijke opvoeding en KCKV moeten voldoende zijn;
  • De leerling ‘voldaan’ heeft aan het LOB-portfolio conform de vigerende criteri        van klas 3.

Voor alle leerlingen geldt onderstaande procedure. Mocht een leerling niet aan bovenstaande eisen voldoen kan de overgangsvergadering toch besluiten om een leerling mee te nemen naar het volgende leerjaar. Uiteindelijk bij een twijfelgeval bepaalt de schoolleiding op basis van het advies van de overgangsvergadering.

Overgangsnorm van leerjaar drie naar leerjaar vier (GT/TL)

De leerlingen worden beoordeeld met de exameneisen als uitgangspunt.

Overgangsnormen klas 3 naar klas 4:

a) bij alle meetellende vakken niet meer dan 6 verliespunten in ten hoogste vier vakken;

b) voor de gekozen vakken voor het eindexamen geldt:

  • 1 x het cijfer 5 dan minimaal 36 punten
  • 2 x het cijfer 5 dan minimaal 37 punten
  • 1 x het cijfer 4 dan minimaal 37 punten

Een vak waarvoor het eindcijfer lager is dan het cijfer 4, kan niet worden opgenomen in het examenpakket.

Opmerkingen:

  • het cijfer 5    =  1 verliespunt
  • het cijfer 4    =  2 verliespunten
  • de cijfers 3 en 2  =  3 verliespunten

Keuze zevende vak:

De docentenvergadering geeft een niet-bindend advies met betrekking tot de keuze van een zevende vak. Voor de vakken KCKV, LOB en lichamelijke opvoeding geldt dat deze met een waardering ‘goed’ of ‘voldoende’ moeten zijn afgesloten.

Algemene opmerking:

In geval van bijzondere omstandigheden kan van de norm worden afgeweken, indien tenminste 2/3 van de ter vergadering aanwezige docenten dit wenselijk acht.

Het doorstroombeleid voor de maatwerkleerlingen gebeurt conform de landelijke slaag/ zak-regeling.