Overgangsnormen

Het DaCapo College wil de leerlingen maximaal ruimte bieden om hun potentieel tot bloei te laten komen.

Vanaf de brugklas stroomt de leerling in principe ongeremd door en wordt de leerling vooral beoordeeld op zijn sterke punten. Uitgangspunt is dat de uitstroom kwalificatie minimaal voldoet aan het ontwikkelperspectief bij de instroom. Voor de beoordelingen geldt dat een leerling die zijn best doet, zich goed inzet, een 6 kan halen. Tussentijds vindt er in principe geen op- of afstroom plaats.

Bij onvoldoende norm is het overgangsnormadvies van de docentenvergadering bindend.

In principe laten we een leerling niet doubleren. In alle afwegingen is de vraag leidend:
‘ (hoe) is de leerling in staat om een diploma te behalen ‘,  wat heeft de leerling hiervoor nodig en welk besluit staat ten dienste aan de overgangsnorm conform het ontwikkelperspectief van de leerling.

Aan een afwijkende bevordering van het ontwikkelperspectief of een afwijkende lagere bevordering van periode 3 ten opzichte van periode 2 dient altijd een OPP met evaluaties van de effecten van ingezette ondersteuning/begeleiding ten grondslag te liggen.

Indien dit niet aan de orde is, stroomt de leerling regulier door en wordt er een OPP opgesteld en opgenomen in het overdrachtsdossier van de leerling.

Dit ‘ overgangs-OPP ‘ wordt in samenspraak met de docentenvergadering opgesteld door de mentor en nog het lopende schooljaar met de ouders besproken en geaccordeerd. Bij aanvang van het nieuwe schooljaar wordt het ‘ overgangs-OPP ‘  geoperationaliseerd.

Overgangsnorm brugklas/tweede klas (TL)

In principe stroomt de leerling regulier door van brugklas naar tweede klas.

Doubleren is alleen mogelijk als er sprake is van buitensporige leerachterstand ten gevolge van langdurige ziekte of andere oorzaken van afwezigheid (mits bekend).

Uitgangspunt is dat de leerling doorstroomt conform het hoogste schooladvies.

Elke onvoldoende wordt door de vakdocent onderbouwd met een persoonlijk verbeterplan op basis waarvan de leerling maatwerkondersteuning krijgt.

Uitgangspunt is dat elke leerling aan het einde van de tweede klas zich minimaal profileert op het gewenste niveau van het hoogste schooladvies. Achterblijvende ontwikkeling wordt ondersteund door een plan van aanpak in een ‘cognitief voortgangs-OP’. De betreffende leerlingen ontvangen maatwerkondersteuning. De voortgang wordt gemonitord door de reguliere afname van de citotoetsen. De leerling heeft ‘voldaan’ aan het LOB-portfolio conform de vigerende criteria van klas 1.

Van klas TL 1 naar klas TL 2
Bevordering: een leerling is bevorderd, als voldaan is aan a, b, c, en d.
Brugklas:  – A. De vakken: Ne, Fa, En, gs, ak, wi, bi, te, mu, ha (10)
–         B. De overige vakken: lo,  vz, tn (3)

a. Voor de 10 bij A genoemde vakken niet meer dan 3 verliespunten in ten hoogste 3 vakken
b. Voor de 3 bij B genoemde vakken moeten minimaal 18 punten zijn behaald en bovendien zijn niet meer dan 2 verliespunten in ten hoogste 2 vakken toegestaan.
c. Het totaal aantal punten voor de 13 meetellende vakken moet minimaal 80 zijn.
d. Een voldoende beoordeling voor het vak rekenen.

Afgewezen: In alle andere gevallen.

Overgangsnorm van plusklas (TL 1+) naar havo 2

Leerlingen die in de plusklas zitten (onze havo brugklas) kunnen aan het einde van leerjaar 1 overstappen naar havo 2, mits de resultaten goed zijn.

Van klas TL+ naar HAVO 2
De overgangsnormen voor deze leerlingen zijn als volgt:
* voor de vakken Gs – Fa – Bi – Ak samen minimaal een gemiddeld cijfer van 6,5
(1 verliespunt is toegestaan)
* voor de vakken Ne -En -Wi gemiddeld een 6,5 per vak (geen onvoldoende)
* voor alle overige vakken gelden de gebruikelijke overgangsregels

Afgewezen: in alle andere gevallen

Natuurlijk wordt ook gekeken naar inzet, gedrag en motivatie en moet het docententeam van DaCapo een POSITIEF ADVIES afgeven over de overstap.
Bij een NEGATIEF ADVIES gaat Trevianum niet over tot aanname van een leerling.

Bovenstaande afspraken zijn gemaakt in overleg met Trevianum.

Overgangsnorm van leerjaar twee naar leerjaar drie (TL)

De leerling stroomt door in hetzelfde niveau indien:

Van klas 2 TL naar klas 3 GT

A: totaal aantal punten van alle vakken: 84 punten,
B: aantal verliespunten (vp): 3 verliespunten in hoogstens 3 vakken, (5 is 1 verliespunt, 4 is 2 vp, 3 is 3 vp)
C: 4 of 5 verliespunten in hoogstens 3 vakken: bespreking in rapportvergadering,

De rapportvergadering geeft een bindend advies.

Afgewezen: In alle andere gevallen

Overgangsnorm van leerjaar drie naar leerjaar vier (TL)

De leerlingen worden beoordeeld met de exameneisen als uitgangspunt.

De leerling stroomt door naar het vierde leerjaar op hetzelfde niveau indien:

Overgangsnormen klas 3 GT naar klas 4 GT

a) Bij alle meetellende vakken niet meer dan 6 verliespunten in ten hoogste 4 vakken.
b) Voor de gekozen vakken voor het eindexamen geldt:
1 x 5 dan minimaal 36 punten
2 x 5 dan minimaal 37 punten
1 x 4 dan minimaal 37 punten

Een vak waarvoor het eindcijfer lager is dan 4, kan niet worden opgenomen in het examenpakket.

Opmerkingen:
het cijfer 5           =  1 verliespunt
het cijfer 4           =  2 verliespunten
het cijfer 3 en 2  =  3 verliespunten

Keuze zevende vak
De docentenvergadering geeft een niet bindend advies met betrekking tot de keuze van een zevende vak. Voor de vakken C.K.V. en lichamelijke opvoeding geldt dat deze met een waardering goed of voldoende moeten zijn afgesloten.

Algemene opmerking:
In geval van bijzondere omstandigheden kan van de norm worden afgeweken, indien tenminste 2/3 van de ter vergadering aanwezige docenten dit wenselijk acht.

Overgangsnormen van leerjaar drie naar leerjaar vier voor maatwerk leerlingen GT
Het doorstroombeleid voor de maatwerk leerlingen gebeurt conform de landelijke slaag zak regeling.

Overgangsnormen en criteria verandering leerweg onderbouw Basis- Kaderberoepsgerichte leerweg

Van basis naar kader
Voor het veranderen van leerweg zijn de volgende eisen vastgesteld:
■ cijfers voor vorderingen (voortschrijdend gemiddelde) zijn ≥ 8,0 gedurende minimaal 2 trimesters.
■ vlijt en gedrag zijn bij alle vakken voldoende
■ de laatste mogelijkheid tot overstappen van basis naar kader is bij het kerstrapport leerjaar 2.

Verliespunten
Wanneer spreken we over een verliespunt?
  Een score van 5,5 of meer is geen verliespunt.
■  Indien het cijfer voor vorderingen ligt tussen 4,5 en 5,5 spreken we over 1 verliespunt.
■  Indien het cijfer voor vorderingen beneden 4,5 ligt, spreken we over 2 verliespunten.

Afhankelijk van het aantal verliespunten heeft een leerling:
■  Een voldoende rapport:
■  Een onvoldoende rapport: één verliespunt meer dan is toegestaan

N.B. In de onderbouw wordt op het rapport geen cijfer vermeld lager dan 4. Indien het voortschrijdend gemiddelde lager is dan 4, wordt dit aangeduid met 4*.

Overgangsnormen leerjaar 1 Basis- Kaderberoepsgerichte Leerweg

Overgangsnormen leerjaar 2 Basis- Kaderberoepsgerichte Leerweg

Bevorderingscriteria van leerjaar 3 naar leerjaar 4 Basis en Kader

Leerlingen worden beoordeeld met de exameneisen als uitgangspunt.

De leerlingen stroomt door naar het vierde leerjaar van hetzelfde niveau indien:

  • Nederlands minimaal cijfer 5
  • 1 keer het cijfer 5, rest voldoende (bij LWT alles voldoende)
  • 1 keer het cijfer 4 of twee keer het cijfer 5, een keer het cijfer 7, rest voldoende
  • (K)CKV, LOB en LO voldoende/goed

Voor alle leerlingen geldt onderstaande procedure

Mocht een leerling niet aan bovenstaande eisen voldoen kan de overgangsvergadering toch besluiten om een leerling mee te nemen naar het volgende leerjaar. Uiteindelijk bij een twijfelgeval bepaalt de schoolleiding op basis van het advies van de overgangsvergadering.